De digitale bouwpuzzel
Gratis inspiratie event
Maandag 17 november 2025
Van 17.30 tot 21.30 uur
CommunicatieCampus, Gent
De digitale bouwpuzzel
Hoe BIM, data en mensen samenkomen
Waar BIM een cruciaal puzzelstuk is, vormt digitaal bouwen de volledige puzzel. Het verbindt mensen, processen, technologieën en data over de volledige levenscyclus van de gebouwde omgeving.
In een ideale wereld is digitaal bouwen integraal, interoperabel en iteratief – en steunt het op een cultuur van samenwerking.
In deze sessie bekijken we enkele van deze puzzelstukken aan de hand van een concrete case.
Presentaties
Presentaties staan uitsluitend ter beschikking van de B2Build Academy leden.
- De digitale bouwpuzzel - Anthony Kennes (Sweco)
- Gebouwoverkoepelend BIMmen - Fabian Vergote (Sweco) en Erik Cooremans (Archipelago)
- BIM in off-site productie - Ives Vanhauwenhuyse en Brecht Haelewyck (Decat)
- Hoe dataspaces de sector verbinden - Joris Van Bossche (Techlink)
In de digitale bouwpuzzel bestaat, volgens Anthony Kennes (Sweco), dé uitdaging erin om de enorme hoeveelheid data in de bouwketen samen te brengen tot één betrouwbaar, coherent geheel.
Tijdens de inspiratiesessie bekijken drie van de negen puzzelstukken die ons helpen “inefficiënt bouwen” te vermijden.
Veel problemen zijn niet technisch van aard maar gaan over het proces, de communicatie, eigendomsvraagstukken die niet voldoende aandacht kregen …
Anthony Kennes, Sweco
Noodzaak en impact
Anthony Kennes benadrukte dat de grootste drijfveer voor dit initiatief de faaldrukreductie is. In de praktijk ontstaan fouten vaak door aannames in ontwerpen, door het werken in silo’s en doordat de as-built informatie ontbreekt. Daarnaast is er vaak onduidelijkheid over wie welke data bezit of wie eigenaar is van wat, wat nog eens extra misverstanden kan veroorzaken.
Het gevolg van die problemen is niet gering: kosten lopen op, de planning verstoort, en de kwaliteit lijdt eronder. Door een geïntegreerd datamodel wil men juist deze pijnpunten ondervangen. Aanpassingen op de werf zouden minder frequent en minder kostelijk moeten zijn, en de algehele kwaliteit van de data kan daardoor hoger worden.
Hoe die puzzel oplossen?
Één van de wegen vooruit volgens Anthony Kennes is gebouwoverkoepelend BIMmen: dat wil zeggen dat projecten niet langer geïsoleerd werken, maar dat er gestreefd wordt naar interoperabele data over meerdere projecten heen. Cruciaal daarbij is dat elk project zijn eigen doelstellingen heeft – en dat die per fase kunnen verschillen. Daarom is het essentieel om te werken met LOD (Level of Development) en LOI (Level of Information): op elk moment de juiste data beschikbaar, en precies in de vorm die op dat moment relevant is.
Een ander puzzelstuk is prefabricatie. Door prefab-elementen is het mogelijk om al in de ontwerp- of productiefase te modelleren met een hoge mate van detail – wat dan weer terugvloeit in betere datakwaliteit.
Het derde puzzelstuk die bekeken wordt is het gebruik van dataspaces: niet alle data moet overal beschikbaar zijn, maar je moet wel kunnen connecteren naar de juiste brondata via gemeenschappelijke standaarden en taal. Daarmee vermijd je dat data wordt gekopieerd, maar zorg je voor een gedeeld, gestructureerd netwerk van informatie.
Gebouwoverkoepelend BIMmen – visie en praktijk
Fabian Vergote (Sweco) en Erik Cooremans (Archipelago) gaven een concrete invulling aan wat “gebouwoverkoepelend BIMmen” in de praktijk betekent, aan de hand van hun ervaringen in de ziekenhuizen van Helora.
Bij Helora bouwt men aan 3 ziekenhuizen in Henegouwen. Met verschillende partners en verantwoordelijkheden, werken Fabian en Erik aan een geïntegreerde full lifecycle BIM-werkwijze. Ze benadrukten dat er duidelijke richtlijnen nodig zijn om de datastromen consistent te houden, zeker wanneer je te maken hebt met verschillende sites maar gelijkaardige functionele ruimtes (typelokalen).
Extra data toevoegen in functie van de fase waarin we ons op dat moment bevinden zorgt ervoor dat wanneer het project aangepast moet worden dat efficiënt kan gebeuren.
Fabian Vergote, Sweco
Om efficiëntie te behouden, werkt Sweco met een centrale objectbibliotheek. In elk project wordt een basis-BIM-model opgezet, dat niet overdadig gedetailleerd is, maar wel toereikend voor berekeningen (ventilatie, verwarming, EPB …). Op basis daarvan maken ze een gesimplificeerd model dat gebruikt wordt voor thermische simulaties, variant-analyse en zelfs scenario’s rond klimaatverandering.
Daarnaast is er een duidelijke strategie om modellen disciplinegewijs op te splitsen (stabiliteit, MEP …) én om duplicatie van data te vermijden. Goede communicatie tussen de teams is daarbij cruciaal.
Communicatie en data-integratie
Fabian en Erik pleiten ervoor om in je BIM-modellen “views” te voorzien: bijvoorbeeld aparte views voor buiten-schrijnwerk, balken/kolommen, enzovoort. Daarnaast moet je presentatiemodellen ontwikkelen: niet alleen op detailniveau tijdens de uitvoering, maar ook latere versies waarbij je niet steeds terugvalt op ruwe modelgegevens.
Het proces zorg ervoor dat we een oplossing hebben gebaseerd op simulaties en die oplossing kunnen we doorheen het ganse project en de verschillende vestigingen meenemen.
Erik Cooremans, Archipelago
De focus ligt op het breken van datasilo’s. In plaats van telkens opnieuw te ontwerpen, wil men hergebruik stimuleren: typelokalen, bibliotheken … Zo kan een efficiënte “buildingbox” worden hergebruikt in verschillende contexten, wat prefabricatie en off-site productie mogelijk maakt.
Tot slot is er een centrale database waarin het programma van eisen leeft, synchroniseert met BIMmodellen, en waar nieuwe eisen kunnen worden ingevoerd. Deze database moet “bidirectioneel” toegankelijk zijn zodat alle betrokkenen (designers, aannemers, bouwheer, facility managers, ...) continue up-to-date data kunnen onttrekken én aanleveren.
Efficiëntie of complexiteit? Kritische blik op BIM in off-site productie
Ives Vanhauwenhuyse en Brecht Haelewyck (Decat) bekijken de rol van BIM in prefab / off-site productie. En dat met een duidelijke vraag: “Is BIM een bron van efficiëntie of voegt het juist complexiteit toe?”
Belang van informatie en datakwaliteit
BIM kan volgens hen enorme meerwaarde bieden – maar alleen als alle data aanwezig, volledig én up-to-date is. Fouten in het model zijn bijzonder kostbaar, zeker wanneer je prefabcomponenten gaat produceren of herproduceren. Daarom is databeheer cruciaal. Ze benadrukten dat een voorspelbaar proces (zoals prefab) vergaande samenwerking en transparantie vereist, vooral over wie welke verantwoordelijkheid draagt.
Als we spreken over een off-site productie klinkt efficiëntie bijna als vanzelfsprekend. Maar die komt natuurlijk niet vanzelf.
Ives Vanhauwenhuyse, Decat
In de praktijk blijken er heel wat drempels om BIM optimaal te benutten binnen off-site productie. Een eerste uitdaging is het databeheer: er is vaak een overload aan informatie, die bovendien niet altijd leesbaar of gestructureerd is. Daarnaast zorgt de coördinatie tussen verschillende softwarepakketten regelmatig voor mismatches. Ook de menselijke factor speelt een rol, want niet iedereen binnen het projectteam beschikt over de juiste kennis. Tot slot is er de wijzigingsdruk: wat op het scherm lijkt op een “simpele klik”, kan in werkelijkheid leiden tot ondoordachte wijzigingen die veel correctiewerk vergen.
Om die complexiteit te beheersen, werken ze met duidelijke pijlers: informatie, tools en procedures, en mensen. Het streven is om zoveel mogelijk binnen één software-ecosysteem te opereren zodat de stap van ontwerp naar productie zo klein mogelijk wordt. Verder kiezen ze bewust voor een common data environment (CDE), waarmee alle partijen kunnen werken op één gedeelde en betrouwbare dataset. Het BIM-model wordt bovendien gekoppeld aan business intelligence, zodat dashboards inzichten geven zonder constante tussenkomst van het BIM-team. Dat maakt het mogelijk om geautomatiseerd verder te bouwen op het model en sneller tot actiegerichte analyses te komen.
BIM beloftes omzetten in realiteit blijkt het nog complexer te zijn dan wordt voorgesteld.
Brecht Haelewyck, Decat
De effecten van deze aanpak zijn duidelijk. Tijdswinst is haalbaar wanneer data slim verwerkt wordt. Kwaliteit stijgt merkbaar zodra de databetrouwbaarheid verbetert. Ook veiligheid krijgt een duw in de rug: prefabricatie zorgt voor betere ergonomie en minder risico’s op de werf. En op langere termijn levert dit alles kostenbesparing op. Zeker zodra meerdere disciplines betrokken zijn en prefab toegepast wordt vanaf minstens drie bouwlagen. Op die schaal wordt prefab-BIM echt rendabel.
Hoe dataspaces de sector verbinden
Joris Van Bossche (Techlink) gaf een overtuigende presentatie over de rol van dataspaces in de bouwsector. Hij pleit dat het probleem niet persé is dat we niet genoeg tools hebben, maar dat we te weinig een gedeeld afsprakenstelsel hebben.
Vandaag botsen we in de sector nog op een reeks hardnekkige problemen rond data. Zo gaat veel informatie onderweg verloren door overbodige kopieën, wordt ze niet volledig of correct overgenomen. Bovendien veroudert data vaak snel omdat er te weinig tijd en discipline is om die actueel te houden. Daarnaast zijn er duidelijke silos: elke partij beschikt over eigen databronnen en structuren, wat samenwerking en integratie bemoeilijkt.
Data stroomt in de bouwsector gewoon heel traag. Wat levert dat op? Frustratie, het kost geld, we maken fouten en we verliezen vertrouwen in de data die we gebruiken.
Joris Van Bossche, Techlink
Dataspaces zijn voor Joris de oplossing. Zo’n dataspace is geen tool, maar een architectuur van afspraken: wie publiceert welke data, wanneer, in welke vorm, en met welke gebruiksrechten? In plaats van kopieën van data te verspreiden, werk je met één gedeeld netwerk waarin toegangsregels en verantwoordelijkheden duidelijk vastliggen.
Binnen die aanpak spelen verschillende rollen een belangrijke rol. Fabrikanten publiceren hun data volgens het afsprakenstelsel, waardoor ze meer inzicht krijgen in het gebruik ervan en eindeloze exports vermijden. Gebruikers, zoals aannemers of ontwerpers, kunnen automatisch updates binnenhalen zonder manuele handelingen. Softwarepartners koppelen zich aan het protocol in plaats van aan talloze databases, wat het onderhoud aanzienlijk vereenvoudigt. Tot slot is een governance-structuur noodzakelijk om de afspraken auditeerbaar te maken en conformiteit te bewaken.
Het resultaat is veelbelovend: er kan sneller en rustiger gewerkt worden, de betrouwbaarheid van data stijgt dankzij semantische zekerheid, en de sector wordt zowel automation-ready als audit-ready by design. Met andere woorden: minder silo’s, meer vertrouwen – én een fundament waarop de volgende innovatiestappen gebouwd kunnen worden.
Joris benadrukte: het echte goud zit niet in de data zelf, maar in wat we ermee doen. Het gaat erom naar de bron van de data te gaan — niet om kopieën. Hij wijst hierbij op use-cases via D4CC, zoals het voeden van een bouwwerkpaspoort of circulariteitsmetingen gebaseerd op BIM-data.
Voor Joris is de visie duidelijk: sectorbreed afstemmen op principes en afspraken is de enige manier om dit echt te laten werken. Dat hoeft ook geen megaproject te zijn, maar kan perfect stapsgewijs gebeuren.
In een afsluitende reflectie herhaalde Anthony Kennes dat het belangrijk is om klein te beginnen, met haalbare stappen. De opbouw van zo’n datagedreven ecosysteem is niet iets dat je van vandaag op morgen opzet: je start bijvoorbeeld met een common data environment, definieert je doelstellingen, evalueert, en groeit.
Is het doenbaar om iets van die puzzel te maken? Uiteraard, mits je begint met een duidelijke visie, een gedeelde aanpak, en realistische mijlpalen.
Fotogalerij
Ontvangst
Introductie
Partnercase
De digitale bouwpuzzel
Anthony Kennes | Sweco
Gebouwoverkoepelend BIMmen
Fabian Vergote | Sweco en Erik Cooremans | Archipelago
Verspreid over Henegouwen en een deel van Waals-Brabant verrijzen in de komende jaren drie nieuwe ziekenhuizen van het Waalse ziekenhuisnetwerk HELORA. De drie gebouwen worden in cocreatie ontworpen door Archipelago, Sweco en Tractebel.
Met een innovatieve ziekenhuistypologie en een unieke 'handtekening', eigen aan het HELORA-ziekenhuisnetwerk en de regio, zal het ziekenhuis menselijk van schaal zijn, evolueerbaar, open en geïntegreerd in het stedelijke of landelijke landschap, dicht bij de bewoners.
Koolstofneutraal met modulaire prefabricage
We streven ernaar een ‘koolstofneutraal’ ziekenhuis te creëren door het Helora+ (H+) ontwerp te vergelijken met een conventionele constructie. Het H+ ontwerp richt zich op het verminderen van de koolstofvoetafdruk door middel van verschillende technieken en bouwmaterialen zoals het gebruik van beton met een laag koolstofgehalte en hybride hout-betonstructuren voor de open ruwbouw, demontabele geprefabriceerde houten gevelstructuren bekleed met keramische panelen en het gebruik van bio gebaseerde afwerkingsmaterialen.
Maximale gestandaardiseerde modulaire prefabricage vanaf het ontwerp met een minimale koolstofvoetafdruk zal de milieu-impact aanzienlijk verminderen. Voor het eerst zal de bovenbouw volledig van hout zijn en de houten gevelstructuur zal demontabel zijn. Bovendien wordt 95% van alle elementen off-site geproduceerd onder gunstige omstandigheden.
Op dezelfde manier worden alle sanitaire cabines, bedwanden en vaste meubels met geïntegreerde slaapbank voorafgaand aan de bouwplaats geproduceerd. Dit garandeert een aanzienlijk snellere uitvoering, een constante afwerkingskwaliteit en een verkort bouwproces. Daardoor kan de uiteindelijke afwerking van vloeren, plafonds en muren veel eerder plaatsvinden in het ‘commissioning’ proces en kan de ingebruikname sneller plaatsvinden.
In samenwerking met: Omgeving, Forum, CoCeptio, Apsis Santé, Antares, Leader Health, AtomBIM, PS2, A-tech en A&G architectes.
Efficiëntie of complexiteit? Een kritische blik op BIM in off-site productie
Ives Vanhauwenhuyse en Brecht Haelewyck | Decat
Partnercase
Hoe dataspaces de sector verbinden
Joris Van Bossche | Techlink
Het COOCK-project Digital 4 Circular Construction (D4CC) toonde hoe circulaire data rechtstreeks van fabrikanten naar toepassingen kan stromen via een gestandaardiseerd protocol. Deze inzichten vormen de opstap naar data spaces: een gedistribueerd model waarin elke actor controle houdt over zijn data en tegelijk vlot kan delen. Dat sluit naadloos aan bij Europese initiatieven zoals het Digital Product Passport en de Ecodesign Sustainable Products Regulation, die betrouwbare machine-leesbare data vereisen. Via het athumi-project Digitalisering Bouwsector en het COOCK+ project Digital Product Data Space werken we dit uit tot een sectorbreed afsprakenstelsel. Initiatieven als TechBiM en het Techlink Data Portal tonen vandaag al hoe dit de bouwsector efficiënter, duurzamer en toekomstbestendig maakt.
Nabeschouwing
Anthony Kennes | Sweco
Netwerkmoment
Verzorgde walking dinner met genoeg tijd om met vakgenoten, collega’s en nieuwe contacten bij te praten.
B2Build Academy verenigt het volledige bouwteam. Want discipline-overschrijdend denken is de beste garantie voor toekomstgerichte oplossingen. B2Build Academy biedt kennis en inspiratie, trends en evoluties.
Word partner en zet proactief in op kennisdeling, samenwerking en dialoog tussen alle actoren binnen de bouwsector. Ontwikkel samen met niet-concurrentiële partners leadgenereratie op basis van gepersonaliseerde content rond referentieprojecten, hybride events en performante online marketing.
Digitaal Bouwteam maakt deel uit van het B2Build Mediaplatform. Onze corporate partners onderschrijven de doelstellingen van B2Build, waarbij we ons richten tot de verschillende actoren in de bouwsector. Steeds met het oog op duurzame en circulaire ontwikkelingen of toepassingen in functie van samenleving en eindgebruiker.
Sluit gratis aan bij B2Build Academy en geniet van deze voordelen
- Toegang tot kennis
- Toegang tot een netwerk van bouwprofessionals
- Toegang tot 14 thema-gebonden events
- Toegang tot 60 fabrikant experten met persoonlijk contact















